Verneem alles over restauratie van ‘De kunstkamer van Cornelis Van der Geest’

ANTWERPEN – Na een complexe restauratie van ruim twee jaar is ‘De kunstkamer van Cornelis van der Geest’ terug in het Rubenshuis. Het internationaal topstuk kreeg in het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) een integrale conversatie- en restauratiebehandeling. Dat kostte 70 000 euro. Vlaanderen betaalde 80 procent, de stad Antwerpen de resterende twintig procent. Met de terugkeer van dit werk gaan de laatste weken in van Ben Van Beneden als directeur van het Rubenshuis. Tijdens het cultuurweekend, nu zaterdag en zondag, geeft hij publiekslezingen over de restauratie en de betekenis van de Kunstkamer. Reserveren via www.rubenshuis.be

Van Beneden: ‘Dit is een iconisch schilderij, dat terecht is opgenomen op de Vlaamse Topstukkenlijst. Het is een werk van Willem Van Haecht (1593-1637), een leerling van Rubens. Het is een eerbetoon aan een Antwerpse verzamelaar en een belangrijke visuele bron uit de zeventiende eeuw. Net als de schilderijen zijn de meeste figuren die het vertrek bevolken gemakkelijk te identificeren: Van der Geest zelf, de aartshertogen Albrecht en Isabella, Rubens, Anthonie Van Dyck, burgemeester Nicolaas Rockox en tal van kunstenaars.  De kunstkamer is een genre in de schilderkunst dat in Antwerpen werd uitgevonden. Men heeft het ook geprobeerd in Amsterdam maar daar is het niet doorgebroken. Later maakte het wel zijn intrede in Brussel. De kunstkamers zijn niet alleen belangrijk omwille van de documentaire waarde maar zegt ook veel over de intellectuele leer. Dit is één van de meest bestudeerde schilderijen en nog ontdekt men dagelijks nieuwe dingen. Op de fries van deuromlijsting is het devies van de kunstminnaar aangebracht: ‘Vive l’Esprit’, een spitsvondige toespeling op de familienaam van Van der Geest.’

‘Het werk is opgebouwd uit zeven horizontale en één verticale plank. Die laatste zorgde een paar maal voor schade. In de negentiende eeuw heeft men dan een soort korset aangebracht. In 1970 werd de parkettering vervangen door klampen. Ook die gaven te weinig ondersteuning. Op 1 april 2019 vertrok het werk dan naar het KIK in Brussel voor onderzoek en restauratie. Nu, twee jaar later, hopen we dat het nog enkele decennia zal meegaan.’

Nabilla Ait Daoud (N-VA), schepen voor cultuur: ‘Dit werk staat in mijn persoonlijke top drie. In één opslag zie je hoe belangrijk Antwerpen in de nadagen van de Gouden Eeuw wel was. In 1969 slaagden De Vrienden van het Rubenshuis erin de Kunstkamer aan te kopen op een veiling van Sotheby’s in London voor 24 000 Britse ponden (drie miljoen Belgische franken).Bij de gegadigden zaten ook het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Brussel en het Rockoxhuis, eigendom  van Kredietbank. Beide andere musea trokken zich terug ten voordele van het Rubenshuis. Op 18 maart 2005 werd het erkend als Vlaams kopstuk en daarom kon het nu met subsidies worden gerestaureerd.’

Camille De Clercq, hoofd conservatie-restauratie bij KIK: ‘Het was de eerste maal dat wij een schilderij van het Rubenshuis aanpakten. In een eerste fase werd het schilderij ontdaan van alle latere toevoegingen. De grootste uitdaging lag in de structurele ondersteuning van het paneel. Restaurator Aline Genbruge ontwierp hiervoor een flexibale secundaire drager, een principe uit de luchtvaartsector.”

Edwin MARIËN

Foto Cultuur Stad Antwerpen

 

Related post