• 21/06/2024

Tosh Van der Sande: ‘Kermiskoersen zijn altijd de lastigste wedstrijden’

MIDDELKERKE – ‘Een veredelde kermiskoers, beslecht in een massaspurt’. Dat hoorde je vooraf links en rechts wel eens zeggen in verband met het Belgisch kampioenschap wielrennen, dat  werd verreden op het biljartvlakke parcours van Middelkerke. Maar het zijn nog altijd de renners die de wedstrijd maken. Het scenario was er één om duimen en vingers bij af te likken. Het leek wel volop zomerseizoen in het kustgemeente: een heerlijk zonnetje en toeschouwers die rijen dik stonden. En  aan het eind won geen favoriet, noch bij de mannen, noch bij de vrouwen. De zege van Tim Merlier was iets minder verrassend dan de winst van Kim De Baet.

150 renners namen om 12.15 uur de start aan de boorden van de Belgische kust, bij een lichte bries. Zoals al lang was geweten ontbrak Wout Van Aert maar ook Iljo Keisse verscheen niet aan de start. Hij testte positief op corona. De renners trokken richting Westhoek met een kopgroep van veertien, waaronder één renner uit onze provincie: Maxim Van Gils uit Wuustwezel, geboren in Brasschaat. Zijn opdracht was duidelijk: de weg vrijmaken voor Arnaud De Lie in de finale. De andere dertien koplopers: Van Moer, Vermeersch, Robeet, Van Lerberghe, Hermans, Naesen, Iserbyt, Fretin, De Maeght, Molly, Goeman, Joseph en Kielich.

De renners kregen twee keer De Moeren voorgeschoteld. Die doortochten zorgden ervoor dat het kaf van het koren werd gescheiden in het peloton. Bij het ingaan van de eerste van zes plaatselijke ronden, met nog 82,6 kilometer te rijden, viel alles te herdoen.

Een sein voor Sep Vanmarcke om zich in de kijker te fietsen en dit keer gebeurde dat eens  in positieve zin. Hij ging ervandoor en kreeg later het gezelschap van De Vilder, Declercq, Serry, Vermeersch, Van den Bossche, Philipsen, Dewulf, Van Asbroeck en opnieuw een gouwgenoot: Wijnegemnaar Tosh Van der Sande, al is ook hij – zoals zovelen – al een tijdje uitgeweken. Ook zij hielden het niet uit tot aan de streep. Vanmarcke en Stuyen probeerden het nog in de finale maar Alpecin en Lotto dichtten de kloof waardoor alles uitdraaide op een spurt. Daarin haalde Tim Merlier het met centimeters verschil op Jordi Meeus en Jasper Philipsen. Dries Van Gestel uit Arendonk finishte als achtste. Daan Soete uit Grobbendonk werd tiende.

Maar heel veel aandacht ging dus uit naar het drietal van Jumbo – Visma. Tiesj Benoot, Nathan Van Hooydonck uit Wuustwezel en Tosh Van der Sande zouden uiteraard altijd de kaart Van Aert hebben getrokken maar nu draaide dat wel even anders uit.

Van Hooydonck voor de start: ‘Zonder Wout Van Aert is het uiteraard helemaal anders koersen. Als hij erbij is dan heb je een veel duidelijker plan. We zouden 100 procent in zijn dienst hebben gereden. Nu kunnen we allemaal onze plan trekken. Het is zeker niet gemakkelijk maar we gaan er gewoon het beste van maken. Als je hier wint dan rij je een heel jaar in zo’n mooie trui maar wanneer ik zie dat het uitdraait op een massasprint, dan ga ik geen risico’s nemen. In ben blij met mijn Tour-selectie. Ik vind dat een overwinning binnen de ploeg. De plaatsen bij ons zijn heel duur en ik ben heel blij dat ik de selectie gehaald heb. Ik schat de kans op een massaspurt vandaag in op 50-50. In De Moeren wil iedereen vooraan zitten, dus dat wordt sowieso een breekpunt. Wout is in mijn ogen één van de meest oprechte mensen die ik ken dus je kan ervanop aan dat het feit dat hij hier vandaag niet is hem pijn doet. De insinuaties die Patrick Lefevere maakte in een krant zijn misplaatst.’

‘IK BEGRIJP NIET WAAROM DE RENNERS VAN QUICK STEP NIET WILDEN MEERIJDEN’

Teamgenoot Tosh Van der Sande keek enigszins anders tegen de zaken aan. Zijn uitgangspositie was dan ook totaal anders. Terwijl Van Hoydonck vanaf vrijdag drie weken lang moet zwoegen in de Tour begint voor Van der Sande een rustperiode. Op televisie kreeg je de druk dat hij zich even kwaad maakte in de kopgroep.

‘Neen hoor. Ik wou gewoon dat het ronddraaide. Dan word je gefrustreerd. Het is ook de enige kans om in de prijzen te rijden. Vanaf het moment dat het peloton terug kwam wisten we dat het gedaan was. In het begin waren ze nog aan het jagen achterop. Quick Step wilde niet meerijden. Dan vraag ik me af ‘waarom niet’, want  als we werden ingehaald was het een massaprint. Uiteindelijk is de koers ook op die manier verlopen. Op het einde zat iedereen piepedood, ik inclusief. Het was wel pittig. Kermiskoersen zijn lastig he. Win ze maar eens. Onze tactiek was door de afwezigheid van Wout niet zoveel anders. Het verschil is: als hij er bij is wordt er iets meer gekeken naar ons. Nu konden we wat vrijer koersen. We hebben gereden zoals we moesten rijden. We hebben om beurten geprobeerd om in een ontsnapping te geraken. Uiteindelijk was ik het. Het had nog beter geweest indien er nog iemand mee voorin had gezeten uiteraard.’

‘Het Belgisch kampioenschap is een aparte koers. Je hebt een aantal sterke blokken, je hebt enkelingen en je hebt ploegen zoals wij die drie renners aan de start hebben. Daarom moet je slim rijden. Het waren wij wel die de forcing in De Moeren hebben gevoerd. Dat is mooi. Je zag echter wel dat de mannen die naar de Tour gaan, daar ook klaar voor zijn. Ikzelf ben tevreden over mijn conditie. Nu heb ik een tijdje geen koers meer op het programma staan. De volgende opdracht is de Ronde van Polen, die pas een week na de Tour van start gaat. Ik ga nu een week volledig rusten want ik heb hard moeten trainen na mijn elleboogbreuk. Dan is het zaak om langzaam aan weer op te bouwen en er te staan in het najaar.’

Alpecin Fenix rijfde twee medailles binnen: goud voor Merlier, brons voor Philipsen. Toch zal Merlier volgend jaar een andere ploegnaam op zijn driekleur hebben staan. Ploegleider Christophe Roodhooft: ‘Ik ben blij voor Tim en voor de ploeg. Hij zit volgend jaar bij Patrick Lefevere, maar pakt vandaag de titel en tenslotte rijdt hij nu nog bij ons. Ze hebben na Gent-Wevelgem met ons gelachen omdat we het niet goed hadden gedaan. Vandaag zijn we één en drie. Misschien zal er nu ook wel weer iets op te zeggen zijn.’

Merlier won dus zijn tweede Belgische titel – hij was eerder de beste in 2019 in Gent -, al gaf hij toe verkeerd te hebben gegokt. ‘Ik moest van vrij ver aangaan. Ik denk dat Lionel Taminiaux mij niet echt goed begreep. Ik riep nog maar hij kwam niet echt. Dan moest ik even inhouden en kwam ik vroeg in de wind. Ik had niet het gevoel dat ik mijn tweede versnelling had zoals anders, maar ik ben blij dat ik het aangedurfd heb en het heeft geloond.’ Andere nationale kampioenen zijn onder meer Filippo Zana (Italië), Florian Sénéchal (Frankrijk), Peter Sagan (Slowakije), Nils Politt (Duitsland), Felix Grossschartner (Oostenrijk), Pascal Eenhoorn (Nederland), Carlos Rodriguez (Spanje), Sergio Higuita (Colombia), Joao Almeida (Portugal) en Rasmus Tiller (Noorwegen).

LOTTE KOPECKY: ‘VERVELENDSTE WEDSTRIJD VAN HET SEIZOEN’

Kim de Baat  (31) van Plantur-Pura en dus teamgenote van Sanne Cant, won totaal onverwacht de titelstrijd bij de vrouwen. De voormalige Nederlandse was de snelste van een  kopgroep van zeven. Fien Van Eynde werd tweede en Sara Maes derde. Zij pakte meteen de titel bij de beloften. Fauve Bastiaenssen uit Ranst finishte als vijfde en  Sanne Cant uit Herentals achtste.

Kopecky: ‘Ik ben blij dat het gedaan is. Dit was mijn zoveelste wedstrijd van het seizoen. Ik stond er helemaal alleen voor. Ik wist dat de meisjes van Plantur-Pura er alles gingen aan doen om mij het leven zuur te maken en ik kan hen geen ongelijk geven. Het Belgisch kampioenschap is voor mij de vervelendste wedstrijd van het seizoen.’

Edwin MARIËN

 

🤞 Abonneer u op onze nieuwsbrief

Ontvang tweemaal per week een overzicht van het nieuws uit uw regio


Aanverwante berichten