Tosh Van der Sande: ‘Dit parcours is een World Tourwedstrijd onwaardig’

DE PANNE – Er was een tijd dat de Grote Prijs Rik Van Steenbergen in Aartselaar het predicaat kreeg van officieus Wereldkampioenschap voor sprinters. Nadien ging die eer naar de Scheldeprijs in Schoten. Dit jaar werd de Minerva Classic Brugge – De Panne op dergelijke manier omschreven.

Het waren 208 oersaaie kilometers die het peloton voor de wielen kreeg geschoven. En het klopte: (bijna) alle rappe benen waren van de partij: Sam Bennett, Jordi Meeus, Mark Cavendish, Arnaud De Lie, Gerben Thijssen, Max Walscheid, Arnaud Démare, Rudy Barbier, Olav Kooij, Dylan Groenewegen, Cees Bol, Alberto Dainese, Jon Aberasturi, Pascal Ackermann, Tim Merlier, Nacer Bouhanni, Luca Mozzato, Sacha Modolo, Timothy Dupont, Niccolo Bonifazio en Kristoffer Halvorsen.

Ook ditmaal haakten een aantal deelnemers in laatste instantie af wegens ziekte:  Mikkel Honoré, Szymon Sajnok, Julien Morice, Samuele Zoccarato  en William Levy.

Van bij de start trok een trio op avontuur:  Enrico Battaglin, Brusselaar Dimitri Peyskens en Limburger Jens Reynders. Zij hielden het 170 kilometer vol en haalden een maximale voorsprong van iets meer dan zeven minuten. Eén en ander draaide uit op een massaspurt die nipt werd gewonnen door Tim Merlier voor Dylan Groenewegen en Nacer Bouhanni. Pascal Ackermannn – winnaar van Bredene – Koksijde – aar was even voordien tegen de grond gegaan.

Weinig Antwerpenaars dus die in het stuk voorkwamen. Tosh Van der Sande, de Wijnegemnaar die al enkele jaren resideert in het Spaanse Benigembla, in de buurt van Valencia, deed waarvoor hij naar Jumbo-Visma is gekomen: voorbereidend werk verrichten voor Olav Kooij, die vijfde eindigde. Hij voelt zich goed in zijn sas bij het Nederlandse team.

‘Ik ben 31 jaar en het lijkt of ik aan een tweede wielerleven ben begonnen. Dit voelt aan als mijn tweede jeugd. De transfer van Lotto Soudal naar Jumbo is misschien wel mijn beste zet ooit. Nu weet ik tenminste wat mijn opdracht is en voor wie ik moet rijden. Je mag niet al te lang bij één en dezelfde ploeg blijven. Tien seizoenen Lotto waren dus meer dan genoeg.’

Een blije Van der Sande dus maar dat was hij niet meteen wanneer hij het over de wedstrijd had en meer bijzonder over het parcours. ‘Wat een hectische boel. Er was niks wind en daardoor was de finale levensgevaarlijk. Dan heb ik het niet over de laatste rechte lijn van 700 meter maar over alles wat daaraan vooraf ging. Dit parcours is absoluut geen World Tour-wedstrijd waardig.’

‘Ik begrijp het eigenlijk niet. Normaal moeten de mensen van de UCI hier toch hun goedkeuring voor geven. Ik kan er niet bij dat ze dat hebben gedaan. We reden van rond punt naar rond punt, kwamen onderweg nog meer hindernissen tegen, hadden dan weer af te rekenen met wegenwerken en alsof dat nog niet genoeg was lagen de wegen vol zand.’

‘Nu, misschien mag ik niet alleen de organisatoren als schuldigen aanwijzen: eigenlijk ligt het ook aan onze manier van rijden. Over het koersverloop zelf kan ik ook al niet veel vertellen. Ik heb die drie zelfs niet weten aanvallen. ’

‘We staan nog aan het begin van het seizoen. Iedereen zit fris en elke ploeg komt aan de start met een kandidaat-winnaar. Dan krijg je gekke toestanden. Normaal is het verboden van op de fietspaden te rijden maar hier kon je niet anders. Ik heb de meest gekke dingen zien gebeuren.’

‘Als het vandaag zou geregend hebben dan krijgen we een heel andere koers en dat is het wellicht niet zo gevaarlijk rijden. Vrijdag start ik in Harelbeke, zondag volgt dan Gent-Wevelgem en nadien Dwars door Vlaanderen en Ronde van Vlaanderen.’

TIM MERLIER DOET ZEGE IN NOKERE NOG EENS OVER

Wielerliefhebbers die hun namiddag voor de televisie hebben doorgebracht, hadden dus beter voor een zonnig terrasje gekozen, maar voor wie dat deed: bekijk de eindsprint nog eens want die was wel voor duimen en vingers af te likken. Ook Merlier gaf toe dat het er bijzonder hectisch aan toeging in de finale.

‘Dat wil je niet weten. Ik ben blij dat ik heelhuids aan de finish ben geraakt. Je moet zelf deel uitmaken van het peloton om te begrijpen wat er allemaal in de laatste fase gebeurd. Ik draaide als eerste de laatste rechte lijn op en het was dus zaak om zolang mogelijk voorin te blijven.’

‘Toen ik over de eindmeet kwam, wist ik het helemaal niet. Het was lang wachten. Om de zege zou het tussen mij en Dylan Groenewegen gaan en uiteindelijk bleek ik de rapste van ons beiden. Toen we de laatste rechte lijn in gingen zette Olav Kooij aan. In de spurt twijfelde ik nog een halve seconde of ik links of rechts zou spurten. Ik wist immers niet of Groenewegen me nog zou passeren.’

‘Ik moest uitkijken tot op het laatst want Dylan had nog een tweede versnelling in petto. Daardoor moest ik nog versnellen. In ieder geval doet deze overwinning bijzonder veel deugd. Iedereen met snelle benen was hier, op Jakobsen na. Volgens mij was het ook de eerste keer dat ik een rechtstreeks duel heb uitgevochten met Bennett.’

De E3-Saxo Bank Classic van aanstaande vrijdag is meer op het lijf geschreven van de kasseivreters – met Wout Van Aert aan de start – maar zondag wacht Gent-Wevelgem en dan mogen de sprinters wellicht weer aan de bak. Het wordt minder warm dan vandaag maar allicht blijft het droog. ‘Dat wordt een heel andere wedstrijd. Ik ga ervanuit dat Jakobsen er dan weer bij is. Gent-Wevelgem is een koers waar je het mag vergeten wanneer je bij de laatste beklimming van de Kemmelberg niet meer voorin zit. ‘

En wat als een groep van pakweg 40 renners naar de meet trekt en zowel Merlier als ploegmaat Jakobsen er deel van uitmaken? ‘Dan zien we wel wie de beste benen heeft. Ik heb nu één overwinning meer dan hij maar daar hou ik me echt niet mee bezig. Dat zou maar erg zijn, toch?’

De wedstrijd werd niet alleen ontsierd door de valpartij met Ackermann, die er vanaf kwam met wat schaafwonden en zelfs geen verzorging van de dokter nodig had. In Veurne werd een seingever, die voor een rondpunt had plaats gevat, zwaar aangereden. Over zijn toestand was na de wedstrijd niks geweten.

Edwin MARIËN

 

Booking.com

Related post