Studentenraden vragen een efficiënt en veilig mobiliteitsplan in Antwerpen

ANTWERPEN –De studentenraden van de ASRA (Associatie StudentenRaad Antwerpen) hebben nagedacht over de mobiliteit van studenten in Antwerpen en de moeilijkheden die ze daarbij ondervinden. In AP Hogeschool en Karel de Grote Hogeschool zijn studenten daarover schriftelijk bevraagd en zijn er gesprekken gevoerd binnen de Studentenraden. Aan de UAntwerpen werd gewerkt met een open werkgroepvergadering, een informele bevraging via de sociale media en meerdere besprekingen in de Studentenraad. ASRA – dat 45 000 Antwerpse studenten vertegenwoordigd – goot alles in een memorandum mobiliteit en overhandigde dit vanochtend  aan Koen Kennis (N-VA), schepen van mobiliteit.

Een greep uit de vaststellingen en de eisen:  Julien De Wit (Voorzitter ASRA, UAntwerpen, achteraan op de foto): ’60 procent van de studenten die deelnamen aan het onderzoek zien mobiliteit als probleem nummer één’  Jens Vermeiren (AP Hogeschool): ‘Deelsteps zijn vrij duur in gebruik. Ook betaal je per minuut, zodat je minder betaalt als je sneller rijdt. Dat is niet veilig. Arthur Wouters (Hogere Zeevaartschool): ‘Voldoende brede, egale en onderhouden voetpaden, die ook voor rolstoelgebruikers toegankelijk zijn, zijn nodig om de veiligheid van de voetgangers te garanderen.’ Dries Mertens (AP Hogeschool): ‘Zorg voor een betere signalisatie zodat elke weggebruiker weet welke plek hem of haar toegewezen is. Dat kan door gescheiden fietspaden of fietssuggestiestroken. Conflictvrije verkeersknooppunten zijn een goede oplossing zoals het kruispunt Desguinlei en Karel Oomsstraat.  Kies voor brede, verlichte en onderhouden fietspaden. Elektrische fietsen moeten veilig gestald kunnen worden maar er moeten ook laadpalen voorzien worden in de buurt van campussen , zodat studenten die bijvoorbeeld 30 kilometer pendelen ook weer thuis raken.’ Mats Baelus (Karel de Grote Hogeschool): ‘Graag meer verdeelpunten en meer fietsen van Vélo, bijvoorbeeld in de Antwerpse Zuidrand, vooral aan Campus Drie Eiken in Wilrijk.’

Schepen Kennis (vooraan op de foto) reageerde al op een aantal opmerkingen. ‘In 2014 waren er een tiental vervoersmiddelen, nu 25. Er waren 1 700 doelvoertuigen, nu 9 000. Jullie uitgangspunt is zeer goed. Het gebruik van alternatieve vervoermiddelen moet centraal staan. We spreken hierover niet alleen met alle districten maar ook met randgemeenten als Edegem bijvoorbeeld. We willen het fietsnetwerk uitbreiden maar we gaan niet overal fietspaden aanleggen. 95 procent van Antwerpen is zone 30. In 2014 was dat 30 procent. Sommige straten zijn inderdaad eerder ingericht als tramstraat dan als fietsstraat. We zijn volop bezig met het woonervenplan waarbij iedereen zijn plaats in het verkeer krijgt. We gaan een fietslusnetwerk maken aan de Sint-Jacobsmarkt. De auto en de tram krijgen er één bedding. Daarnaast komt het fietspad. We gaan kijken hoe we het probleem rond het elektrisch fietsverkeer kunnen oplossen. Ik wil ook een gesprek organiseren tussen de studenten en de uitbaters van de deelsystemen. Per minuut afrekenen is misschien inderdaad niet de goede manier. Het openbaar vervoer ligt moeilijker. Wij zijn als stad niet diegene die de lijnen uitzet. Zich rechtstreeks van punt A naar punt B begeven is verleden tijd. In het buitenland stappen we probleemloos over. Dit moet ook hier kunnen. Vélostations aan de buitenranden zijn  geen goed idee. Ofwel staan die dan helemaal leeg ofwel helemaal vol. We werken met de vervoersregio aan een elektrisch deelfietsensysteem waarbij Campus Drie Eiken of de Zeevaartschool een middelpunt kunnen vormen.’

Edwin MARIËN

 

Related post