Sluitingsprijs Putte-Kapellen: oorlogje in de horeca en vat bier vijftien euro duurder


PUTTE-KAPELLEN – Na twee jaar afwezigheid stond de Sluitingsprijs in Putte-Kapellen vandaag opnieuw op de kalender. Er was lange tijd onduidelijkheid of de wedstrijd wel opnieuw zou worden gereden maar uiteindelijk kreeg organisator Ben Simons zijn vertrouwde plekje: helemaal op het eind van het wielerseizoen. De koers maakte echter geen deel uit van een UCI-circuit zodat het deelnemersveld navenant was.

In allerlaatste instantie werden toch nog twee kleppers aan de startlijst toegevoegd: voormalig Belgische kampioen Dries De Bondt en Iljo Keisse, die pas vannacht om drie uur – na een onderhoud met Patrick Lefevere over zijn rol binnen de ploeg tijdens het komend seizoen – besliste om deel te nemen. Het wedstrijdverloop in de grensstreek is altijd al ondergeschikt geweest aan het feestgebeuren.

Arne Marit (23) ging met de overwinning aan de haal. De Galmaardenaar beschikt over snelle benen maar kon dit eerder dit seizoen niet tonen door corona en een resem valpartijen. Hij won voor de Nederlander Coen Vermeltfoort en zijn ploegmaat bij Sport-Vlaanderen Baloise, Milan Fretin. Marit was bijzonder ontroerd. Dit was meteen ook zijn afscheidswedstrijd voor zijn team. Volgend jaar komt hij uit voor Intermarché-Wanty-Gobert.

Maar, zoals gezegd, Putte-Kapellen is vooral een plek waar je op de tweede dinsdag van oktober naartoe komt voor de sfeer. De meet werd traditiegetrouw getrokken op de Ertbrandstraat tussen Kapellen en Stabroek en tien meter verder reden de renners het Nederlandse Woensdrecht binnen. Het weer was schitterend, de belangstelling liet aanvankelijk te wensen over.

Aan het eind van de koers – die vroeg eindigde zodat de scholen er geen hinder van zouden ondervinden – stond er wel wat volk voor en na de aankomstlijn maar binnen in de cafés bleef het leeg. Wij gingen polshoogte nemen bij twee tavernes, die beiden aan de andere kant van de grens liggen. En we kregen twee heel verschillende verhalen te horen.

‘WE SPREKEN NIET MEER TEGEN DE NEDERLANDSE COLLEGA’S’

Sheila De Feu van het Hollands Hof leverde de Belgische stem. ‘Ik ben drie jaar eigenaar van deze taverne. Vroeger had mijn vriend deze zaak. Ik heb ze dan van hem overgenomen. In het totaal ben ik hier eigenlijk al zeven jaar. Vroeger vertrok de koers een uur later. De wedstrijd van toen is niet te vergelijken met die van nu. Indertijd kwam er een massa bussen naar hier. Jammer dat dit niet meer gebeurt. Maar we zijn al heel blij dat de Sluitingsprijs terug doorgaat.’

‘Het is heel moeilijk om te overleven als horeca-uitbater. Dat geef ik heel eerlijk toe. Ik ben open van in oktober 2019. Eerst heb ik corona over mij gekregen. Dat heb ik overleefd. Ik dacht: ‘nu kan ik er terug tegenaan. Nu krijg ik opnieuw energie maar het is heel moeilijk. En ik denk dat dit voor heel de horeca geldt. Deze crisis is veel erger dan de coronaperiode. Nu worden onze klanten ook getroffen. Mensen komen minder eten, komen minder drinken. Je begint het te voelen dat ze wegblijven. Ze nemen ook geen voorgerecht of geen nagerecht meer. Als de mensen gaan besparen dan doen ze dat op luxe-artikelen en op uit eten gaan.’

‘Eigenlijk hebben we niet zo’n goede band met de Nederlandse collega’s. Dat mag je gerust schrijven. Wat heel jammer is: we spreken totaal niet met mekaar. Aan de Belgische kant valt het nog mee. Dat is een gevolg van de coronamaatregelen die anders waren in België dan in Nederland. Zij mochten de ene keer open en wij moesten dicht en nadien was het dan weer omgekeerd. Dat heeft veel jaloezie opgewekt. We doen niet echt moeilijk tegen elkaar maar we lopen zeker niet bij mekaar over de vloer. Ik ga absoluut niks drinken in Nederland. Tijdens het begin van de coronaperiode was het anders. Toen kwam mijn Nederlandse collega hier zelfs bakken halen toen ik dicht was. Daar had ik geen enkel probleem mee maar nadien heeft men mij met een mes in mijn rug gestoken toen ik dan weer mocht openblijven. Iedereen moet vechten voor zijn vak maar men moet een ander ook iets gunnen, vind ik.’

‘IK DURF GERUST ZEGGEN DAT DE SFEER ONDER DE COLLEGA’S UITSTEKEND IS’

100 meter verder horen we een ander geluid. Alhoewel. De vrouw die we aanspreken zegt: ‘Ik ga niks zeggen want anders ga je dingen publiceren waar ik spijt van ga krijgen. Vraag het maar aan Cees.’ De familienaam van Cees is Buijs en hij is zaakvoerder van Cafe Grenszicht. ‘Ik ben hier al twaalf jaar zaakvoerder. Daarvoor ben ik nog acht jaar kelner geweest bij De Hoorn, dat een beetje verder lag maar ondertussen werd afgebroken. De koers twintig jaar geleden is niet meer te vergelijken met nu. Ik heb dit nog nooit meegemaakt. Het is één uur. Vroeger kon  je op dit tijdstip over de koppen lopen en nu is het hier compleet leeg zoals je ziet. Ik heb een rondje mogen meerijden met een volgwagen en het is overal even rustig. Ongekend. Ik weet niet waar het aan ligt.’

‘Ik denk niet dat het iets te maken heeft met het feit dat hier geen vedetten meerijden. De gas- en elektriciteitsrekening zal eerder een rol spelen denk ik. Mensen kunnen hun centjes maar één keer uitgeven. Het lijkt me aangewezen dat men in de toekomst de koers laat samenvallen met de braderij. Gisteravond was hier een loopwedstrijd en dat was een gigantisch succes. 500-600 lopers die vijftien kilometer aflegden en heel veel volk langs de kant van de weg. Maar wat ik vandaag meemaak vind ik heel raar. Zelfs in Stabroek was het niks. De Neus en de Valentino waren helemaal leeg en onderweg was het zeer rustig. Ongekend.’

‘Vroeger kwamen mensen voor de sfeer, voor de ambiance, voor een dagje gezellig pret maken. En het rare is: op andere dagen loopt alles perfect: mijn terras zit dan overvol. Ik heb helemaal niet te klagen. Ik reken erop dat er vanavond nog mensen komen opdagen. We kennen andere tijden. Mensen zijn genieters. Ze doen het rustig aan. Het echte caféleven verdwijnt. Tavernes en restaurants zullen blijven. Ik zie nog altijd mensen van allerlei slag. Ook zij met een lager inkomen. Een koffie kost bij ons nog altijd maar 2,30 euro. Dat wil ik zo houden. Het moet voor de oudere en de ‘gewone’ mensen betaalbaar blijven. Het wordt voor iedereen moeilijk. Ook voor ons. Interbrew heeft een vat bier vijftien euro duurder gemaakt. Indien ik dat moet doorrekenen aan de klant dan betaal je 3,70 euro voor een pint.’ Dat de sfeer tussen de Nederlandse en de Belgische horeca-uitbaters vijandig is, wil hij niet bevestigen. ‘Ik durf gerust zeggen dat de sfeer uitstekend is. Ik ga af en toe bij collega’s aan de overzijde binnen. Het is wel allemaal anders geworden. Iedereen denkt aan zijn eigen bedrijf.’

Edwin MARIËN

 


Aanverwante berichten