• 21/04/2024

Sandra uit Beerzel was flik en heeft nu uniek toestel om littekens en brandwonden te behandelen

BEERZEL – Sandra Vandaele is 48 jaar. Ze heeft een samengesteld gezin met een echtgenoot, een eigen dochter van zeven en een plusdochter van tien. Ze wonen al jaren in Beerzel en haar levenscyclus is vrij uniek. Leun even achterover voor het Groot Weekendinterview, afgenomen in de sauna van Seven Stones. Voor alle duidelijkheid: de sauna bleef uit en de kleren bleven aan.

‘Ik ben ook voor drie jaar naar Spanje getrokken omwille van mijn medische achtergrond. Ik heb ontstekingsreuma en ik voel mij ginds veel beter. Maar door corona zijn wij moeten terugkomen. In een samengesteld gezin zijn sommige dingen wat moeilijker. De twee kinderen zagen de andere ouder niet meer. Er mocht immers niet meer gevlogen worden. .
Er waren alleen maar repatriëringen van mensen die nog in Spanje zaten en die werden teruggehaald. Maar wij mochten het land niet uit. Er zat dus niks anders op dan contact te houden met een videochat. Dat is goed voor even. Dat is geen blijvend verhaal. We wisten al heel snel dat corona lang ging duren. Dat dat niet iets van een paar maanden was. En dan hebben wij op een bepaald moment gezegd, we stoppen hier, we laden alles in en we rijden terug.’

‘Ik had deze woning verhuurd voor drie jaar en dat contract was net om. En de vrouw die hier woonde had het financieel ook redelijk moeilijk. Ze had ook een schoonheids- en gelaatsverzorgingsinstituut en ze besloot om bij haar vriend te gaan wonen. Voor ons was dat een geschenk uit de hemel. We kwamen terug naar ons huis en zaten dichter bij die andere ouders. Ik zit hier nog altijd met mijn reuma. Ik krijg het wel onder controle, maar ik mis de warmte toch wel. Daar moet ik heel eerlijk in zijn. We woonden op acht kilometer van  Torrevieja. Het gehucht zelf heet noemt Orihuela Costa. Daar hadden wij een heel ander leven. Ik heb daar ook een schoonheidsinstituut opgestart. Dat was direct boomen, want dat was onder de Belgen direct heel rap gekend. Dus mijn grootste cliënteel bestond uit Nederlanders, Belgen, een paar Duitsers, maar weinig Spanjaarden. Mijn dochter ging naar een lokale school.’

‘Ik heb voor verpleegster gestudeerd in Karel de Grote Hogeschool in Antwerpen. Mijn fysieke toestand was toen al niet OK maar ze wisten niet dat ik reuma had. Zie hielden het op fibromyalgie. Ik  ben dan een andere richting moeten inslaan. Ik was zo  gefrustreerd dat ik gestudeerd had voor niks. Dan heb ik mij ingeschreven voor opvoedster. En ik ben terug gaan studeren. Ik zat echter thuis alleen met mijn vader want mijn mama is heel jong gestorven, toen ik elf was. Ze heeft zelfmoord gepleegd. Mijn vader was een hele conservatieve. Op een dag had ik een briefje bij om politieagente of rijkswachter te worden. Mijn vader zei tegen mij: ‘Jij mag alles worden, maar geen flik. Dat moest hij dus niet tegen mij zeggen, want ik was wel een beetje een rebel. Dus ik heb mij ingeschreven. Eigenlijk gewoon om te zeggen, jij denkt dat ik dat niet kan? Wacht een beetje.’

‘Maar mijn eerste doel was toch om voor opvoedkundige te gaan. Maar tot mijn grote verbazing ben ik door al die rijkswachttesten geraakt. Ik woonde toen in Mortsel. Daar heb ik trouwens 35 jaar gewoond, in de Armand Segerslei, in de straat van de belastingen vroeger. Ik ben dan beginnen werken bij de politie Minos maar dat liep niet van een leien dakje.’

‘OM BIJ MINOS TE MOGEN BEGINNEN MOEST IK DRIE CENTIMETER GROEIEN. GELUKKIG WOONDE IN MIJN STRAAT EEN FANTASTISCHE KINESIST’

‘Ik had die rijkswachttesten gedaan. Ik moet eerlijk zeggen, ik had me niet echt heel veel voorbereid maar ik was geslaagd. En toen kreeg ik een brief, dat ik door al mijn testen was maar dat ik te klein was. Ik was toen 1 meter 61. Maar je moest 1 meter 63 zijn. Ik kwam dus twee centimeter tekort. Ik kon eigenlijk direct beginnen maar door iets waar ik totaal zelf niks aan kan doen, werd ik tegengehouden. Ik had een fantastische kinesist in de straat. Ik ben daar naartoe gewandeld. Ik vroeg of hij mij kon laten groeien. Hij zei: ‘Ja, dat kan ik. Maar dat is niet goed voor je rug.’ Ik zei: ‘Maar mijn rug is toch al kapot. Ik wil minimaal drie centimeter groeien. Hij antwoordde dat hij mijn wervels vijf centimeter ging uitrekken. We hadden een deal. Dus ik heb dat gedaan. Ik ben me gaan laten rekken. Ik heb daar toen nog voor in de krant gestaan. ‘Kleine, dappere meid. Geeft niet op bij de politie en groeit.’

‘Ik heb dus een herkeuring gevraagd bij de medische dienst. Daar stonden vijf dokters op te kijken. ‘Hoe kan dit nu?’ Ze stonden met een meetlat naast mij. Ik heb natuurlijk niet willen zeggen wat er gebeurd was. Tussen de eerste en tweede keuring lagen vier maanden. Ik bleek 1 meter 66 te meten. Onderling zegden ze ‘We moeten ze aannemen, want ze is groot genoeg. Dus dan ben ik begonnen bij de politie Minos in Mortsel. En daar heb ik negentien jaar gewerkt.  Ik heb eerst interventie gedaan, totdat ik zwanger was van mijn dochter. En dan wou ik toch wat meer dagwerk. Toen heb ik een bureaujob gekregen.’

‘Ik heb rechtstreeks onder de grote baas gewerkt, voor controle van de processen verbaal en zo. En dan links en rechts, ja, nog andere dingen. Ik gaf ook les in de politieschool, toen nog op de Noorderlaan. Ik ben mee verhuisd naar Broechem, naar Campus Vesta. Ondertussen was ik mij wel al wat aan het oriënteren, om wat massages en zo te doen. En dan begonnen ze aan de werken van de ring in Lier. Mijn probleem was dat ik een uur onderweg was. Van hier, van Beersel, naar Mortsel. Er kwam een plaats vrij in Heist op den Berg. Die heb ik met twee handen aangepakt. Daar heb ik nog zes jaar gewerkt. Officieel was het maar drie jaar. Want ik ben vervolgens drie jaar naar Spanje geweest. Ik heb loopbaanonderbreking genomen voor drie jaar. In Heist op den Berg deed ik eigenlijk hetzelfde. Geen interventie meer maar gewoon processen-verbaal, aangiftes ten burele. Mensen die iets kwamen vertellen. Zo, van die dingen. Maar ik bleef wel lesgeven. Dat was eigenlijk een beetje mijn afleiding.’

‘Ondertussen was ik bezig met opleidingen voor specialiste in massages. Ik had een vriendin. En die had een operatie gehad. Die heeft een discusprothese gekregen in haar rug. Ze was heel jong. Die operatie is mislukt. En ze konden eigenlijk niets meer doen. Ze konden dat enkel nog vastzetten met een plaat. En dan kon ze niet meer voorover buigen. Ik vond het heel jammer dat ze dag na dag met die pijn rondliep. Zo besefte ik dat ik die roeping van de verpleging in mij had. Als ik in een ziekenhuis kom en ik zie iemand liggen dan is het eerste wat ik doe de voeten masseren en een enveloppe maken op de matras, met de lakens. Mensen appreciëren dat wel.

‘JE PAKT EEN INBREKER EN DAN ZEGT HET PARKET TEGEN DIE GAST: ‘DAT MAG JE NOOIT MEER DOEN MAAR GA MAAR, WANT WE HEBBEN GEEN PLAATS IN DE GEVANGENIS’

‘Ik was dan bezig aan massageopleidingen en dergelijke. En ik wou altijd maar verder en verder. Ik wou de meridiaanbanen leren kennen in een lichaam. De mens zit zo boeiend in mekaar dat ik daar alles over wou weten. Dus ben ik cursussen blijven volgen. Want ik wou mijn vriendin helpen. Ze stimuleerde me om verder te gaan. Ondertussen was de politie al hervormd. In 2001 is dat geweest. Politie en rijkswacht werden één geheel. Dat is een heel moeilijk jaar geweest. Nadien was niks meer hetzelfde. Het politieleven was helemaal anders. Ik heb de goeie tijd nog gekend. Maar ik heb het ook achteruit zien gaan. Het parket volgde ons niet. Je pakt een inbreker. Het gebeurt once in a lifetime dat je oog in oog staat met zo iemand. Je bent keiblij dat je die hebt. En dan zegt het parket tegen die gast: ‘Ja, manneke, je mag dat niet meer doen. Maar ga maar want ik heb geen plek in de gevangenis.’

‘Dat werkt frustrerend. Mensen die zware feiten hebben gepleegd worden gewoon met een enkelbandje of zo terug de maatschappij in gestuurd. Ik ben tegen drugs, daar niet van. Ik heb nooit drugs in mijn leven willen gebruiken. Maar iemand die vijf weetplantjes kweekt om financieel misschien iets stabieler te zijn, die moet dan wel drie maanden gaan zitten. En dan denk ik, waar is de logica? Zo’n dingen begonnen te wringen. En ondertussen was ik met heel dat medisch gebeuren bezig. Wat heb ik nu? Wat mankeer ik nu? Dus ik ben binnenstebuiten gegooid op een bepaald moment.’

‘Ik deed daar nog altijd drie jobs. Ik was al begonnen met een schoonheidssalonnetje, een kleintje. Ik verzorgde daar ook voetjes. Ik had wel mij gespecialiseerd in bepaalde dingen, maar kende zeker nog niet zoveel als ik nu weet. Ik gaf in de politieschool en ik werkte fulltime bij de politie van Heist. Op een bepaald moment zei de reumatoloog, jij hebt reuma, ontstekingsreuma en jij gaat hier heel snel achteruit gaan. Eigenlijk moet jij naar de warme landen. Dat heb ik tegen mijn partner gezegd. Ik zei tegen hem dat we dat konden doen als de kinderen uit huis waren. Uiteindelijk heeft hij toch met zijn ex-vrouw gebeld en gezegd, wat zou je ervan vinden als we verhuizen? En ze ging akkoord. Ik had zoiets van ‘amai, hoe simpel kan het zijn?’ Dus ik heb ook naar mijn ex gebeld. Hij antwoordde ‘ga maar hé, doe maar, we regelen wel iets. Maar zelfs zonder corona is dat toch niet evident, elke keer weer over en weer vliegen. Wij hebben meer in een vliegtuig dan in een auto gezeten. Mijn leven bestond uit vliegen en airmiles verzamelen. Mijn echtgenoot zijn dochter was vier jaar en de mijne tien.’

‘We hebben dat met haar besproken want zij had hier ook haar vriendjes. Maar toen we zegden dat we wilden verhuizen sprongen ze beiden gaten in de lucht zegden ze ‘Mama, wanneer zijn we weg?’ Dat gaf de doorslag. Wij hebben in januari beslist om het te doen. Ik heb wel mijn dochter haar schooljaar laten afmaken en ondertussen een leerkracht Spaans gezocht, die hier thuis Spaanse les kwam geven. Ik zat erbij en kon toch al tot 100 tellen in het Spaans. Uiteindelijk zijn we dan verhuisd.’

‘DE CORONAREGELS IN SPANJE WAREN ENORM STRENG MAAR IEDEREEN HIELD ER ZICH AAN. IN BELGIË DEED NIEMAND DAT’

‘Wij hadden daar een heel druk en zwaar leven wel, want wij hebben daar heel hard gewerkt. Wij hadden ook elke avond een beetje vakantie. En dat was wel mooi. Je eet buiten, je zit buiten, je gaat nog eens in het zwembad. Een heel ander leven dan hier. Het verschil is dat je hier enorm hard geleefd wordt. De Belgen die daar zitten, hebben tijd te veel. De Spanjaarden zijn zo’n geweldig volk, warm, lief, hulpvaardig, al hebben die bij wijze van spreken geen euro. Die zouden hun laatste snede brood weggeven. Ik zat daar helemaal op mijn plaats. En ik had ook nooit gedacht dat ik hier nog één voet in België zou zetten. Om te blijven, bedoel ik. Het op en af vliegen met de kinderen was altijd wel een gepuzzel. Dan moest mijn dochter mee naar hier, naar haar papa. Ik ging zijn dochter halen, ik vloog terug. En dat was elke vakantie zo. We zijn drie jaar lang op en af gevlogen voor de kinderen. Dat ging goed, ja. En dan ineens was ik aan het werk en ik hoorde dat er niet meer gevlogen mocht worden, dat alles afgesloten werd. Corona was in het land.’

‘De coronaregels in Spanje waren heel streng. Wij hebben ook de Belgische tv-kanalen gevolgd. Daar werd alles zwaar overroepen. We zijn in ziekenhuizen geweest waar twee slachtoffers lagen. Dan zei men hier op tv dat mensen in de gang lagen. Dat klopte niet. Iedereen hield zich wel heel keurig aan de regels. Wij kregen bijvoorbeeld 40 minuten om boodschappen te doen. Op een rondpunt stond politie en zij noteerden onze nummerplaat en het tijdstip dat we passeerden. Wij moesten zeggen naar waar we gingen. Wij mochten alleen maar naar de dichtstbijzijnde winkel. Je mocht alleen maar gaan voor noodzakelijke voedingsmiddelen. Niet voor een haarkleuring of iets geks. Enkel voeding. En als je terugkeerde werd dat opnieuw genoteerd. Had je de 40 minuten overschreden mocht je onmiddellijk 600 euro betalen. Dus iedereen hield zich aan de regels.’

‘In Spanje waren winkelkarren verboden. Die hadden ze vastgebonden. Je mocht alleen maar een shopperzak meenemen op je schouder. Dat was om het hamsteren tegen te gaan. Dus je nam gewoon je voedingsmiddelen, wat je nodig had. Op een bepaald moment beslisten we: ‘we moeten terug.’ Voor de kinderen. We hebben het hoogstnodige ingeladen. We hebben de honden ingeladen. En we zijn vertrokken naar hier. We hebben hier even gekampeerd. Want we hadden hier geen meubels. We kwamen in een leeg huis. We sliepen op een matras want alle meubelen kwamen met de camion.’

‘We moesten tien dagen in quarantaine. Want wij waren vies en besmettelijk. Maar ik moest naar de winkel. Dus ik zei tegen mijn man ‘Ik ga eerst naar de winkel. En dan zullen we onze quarantaine starten. Dat we toch veertien dagen toekomen.’ Ik reed naar de dichtstbijzijnde winkel. Dat was de Lidl. Ze stonden buiten met doekjes en een ontsmettingsmiddel. En die kerel duwde een kar in mijn handen. Ik zei: ‘Ik neem geen kar. Want dat is vies. Ik heb daar ruzie over gemaakt. Hij bleef aandringen maar ik wou die kar niet. Ik had mijn shopperzak. Dus dat was echt een klucht. Hier waren de coronamaatregelen een lachertje. Hier stonden ze in je nek te hijgen. En in Spanje stonden ze drie meter van elkaar aan de kassa.’

‘EEN VROUW KWAM ZEGGEN DAT ZE ‘AMBRAS’ HAD. IK REGELDE EEN VLUCHTHUIS MAAR GING NAAR DE JAARMARKT EN ZAG ZE MET HAAR MAN HAND IN HAND LOPEN’

‘Het werd augustus. We moesten beslissen. Gingen we blijven of gingen we terug naar Spanje, want eind september begon daar de school voor mijn dochter. Als we hier bleven moest ze op 1 september naar school. Je weet hoe dat dat dan gaat. Ze was ondertussen dertien. Ze begon terug haar vriendinnetjes van vroeger op te bellen. En te facetimen. En te chatten met elkaar en zo groeit dat sociaal contact terug. Ze zei me: ‘Mama, ik ben ook geen speelbal.’ Ik zei dat ik het snapte. Voor de kinderen hebben we echt beslist om te blijven.  Dus moesten we terug van nul beginnen hier. Ik kreeg terug een job bij de politie maar ik was al drie jaar weg. Ik moest de onthaalprocessen verbaal opschrijven. En mensen kwamen vertellen dat ze ‘ambras’ hadden. Dan werk je aan een pv. En dan zit je op de jaarmarkt en zie je die twee hand in hand lopen, terwijl je daar een vluchthuis voor geregeld hebt.’

‘Het was niet meer hetzelfde. Plus: ik ben ook drie jaar mijn eigen baas geweest. En het ergste: ik kwam terug en mijn reuma stak weer de kop op. Ook al was het augustus. Het was hier zo vochtig. Ik kreeg pijn overal. Het was verschrikkelijk, echt. En het is nog steeds verschrikkelijk. Mijn baas zag dat het niet meer ging. Dat ik niet meer gelukkig was binnen die job. En ik moet wel zeggen, dat was heel mooi van hem. Hij heeft me laten gaan. Hij zei ‘volg je hart. Doe wat je wil.’  En ik ben na 25 jaar dienst bij de politie vertrokken. Ik heb alleen mijn hoedje nog als aandenken op mijn kast staan. En mijn borstringetje. En voor de rest heb ik niks meer.’

‘De sauna was eigenlijk niet zo goed meer onderhouden. Ik vroeg aan mijn man wat we zouden doen. We besloten om de sauna te heropenen. Maar dan vind je een waterlekje hier, een probleempje daar. Je kent dat. De verborgen gebreken kwamen naar boven. Vervolgens hebben we beslist om de zaak dicht te doen, alles uit te breken en terug van nul te beginnen. We zijn een maand open nu. Ik heb een schoonheidsinstituut en één meisje in dienst, ik heb de wellness en een coachingspraktijk.’

‘Ik help mensen met traumaverwerking. Wanneer je trauma uitspreekt, dan denk je direct aan verkrachting, verwaarlozing, mishandeling – al die zware dingen – maar dat is het niet. Het verliezen van een hond waar je als kind vaak mee samen sliep, kan genoeg zijn om in je verdere leven voor haperingen te zorgen. Het gaat om dingen doen waardoor je je niet goed voelt. Bijvoorbeeld naar de winkel gaan, beginnen te kopen omdat je denkt dat je je dan beter voelt maar zo word je koopziek . Je kan ook een trauma krijgen door een verlies van iemand die je graag zag bijvoorbeeld. Of omdat ouders tegen je zegden dat je niks waard was. Dat kan genoeg zijn om in je verdere carrière die haperingen te hebben.’

‘Ik heb daar eerst een boek over gelezen en dan was ik zo getriggerd dat ik zei ‘ik wil dat kunnen.’ En dan heb ik twee opleidingen gevolgd: één in Antwerpen en één in Limburg gevolgd. Maar ik was nog niet verzadigd. Ik moest meer kunnen. Er was een man in Friesland, een specialist ter zake. Ik dacht: ‘Die moet ik hebben, daar moet ik zijn’ Via een assessmentproef heb ik de coaching kunnen krijgen. Nadien kon ik starten. Ik merk toch wel een trendwijziging. In het begin had ik meer oudere mensen, 45-plus, naar 50-plus en dan tot 75-plus. Omdat ze vereenzaamd waren, iemand verloren hadden in de familie, een partner of zo.’

‘IK KRIJG OUDERE PUBERS VAN ZEVENTIEN OF ACHTTIEN OVER DE VLOER DIE NIET MEER WETEN HOE ZE HUN LIEF EEN KNUFFEL OF EEN KUS MOETEN GEVEN’

‘De druk is zo hoog gelegd. Ik zie nu voornamelijk jongeren. En heel jong he.  Kinderen, ja, pubers van twaalf, dertien liggen op mijn tafel. Faalangst. Black-outs met examens. Pesterijen op school. Of op social media. Kinderen die zich niet meer goed voelen in hun vel. Omdat ze bijvoorbeeld door corona een stuk van hun jeugd hebben gemist.  Of de iets oudere pubers, zeventien, achttien, die vinden dat er een hele knip in hun jeugd geweest is, waardoor dat ze nu haperingen hebben. Waardoor dat ze moeite hebben met hun lief, ze kunnen geen knuffel of een kus meer geven, want dat was verboden. Je moest een meter afstand houden. ‘

‘Ik zie dat ook aan mijn dochter. Die wordt nu achttien dit jaar. Toen ze terug naar een fuif mocht was ze vijftien. Ze zei: ‘Mama, ik ga naar een fuif. Maar daar gaan veel mensen bij elkaar staan hé.’ En ik zeg ‘Ja, dat is een fuif hé, schat.’ Na corona was iedereen bang.  Knuffelen? Dat gebeurt niet meer. Een hand geven: dat werd vroeger op het werk altijd gedaan. Dat mocht op een bepaald moment niet meer. En dat is er nooit meer terug gekomen. Corona heeft veel kapot gemaakt. En dat voel ik ook aan het innerlijke welzijn van de mensen.’

‘In mijn schoonheidssalon liggen klanten vaak een uur, anderhalf uur op mijn tafel. Zo werd ik ook psycholoog. Er wordt gebabbeld. Dus, je krijgt van iedereen zijn eigen individueel verhaal wat heel mooi is, maar soms ook wel pure ellende. En dan stel ik voor dat ze voor traumaverwerking komen. Je hebt twee soorten van traumaverwerking. Je hebt een EMDR, maar dat is met lichttherapie en dat kan gevaarlijk zijn voor de hersenen. Dus dat heb ik nooit willen doen. En je hebt een NLP, dat is neurolinguïstisch programmeren. Eigenlijk gaan wij onze hersenen herprogrammeren. Alle belevingen, of alle dingen die je meemaakt, brengen emoties mee. Onze hersenen nemen dat elke keer chronologisch mee. Dus dat wil zeggen: iedere keer dat jij aan die beleving terugdenkt, aan die belevenis, wordt die emotie opgewekt. En ga jij opnieuw verdrietig zijn als je erover gaat babbelen, of opnieuw kwaad zijn.’

‘Maar doordat we een sessie doen waar we het de hersenen heel moeilijk maken om alles te kunnen groeperen en kunnen bij te houden, zijn die niet meer in staat om die emotie mee te nemen. Uiteindelijk doen die mensen dat wel zelf. Die liggen hier op een tafel en ik begeleid hen gewoon. Ik kom daar niet aan, ik vertel gewoon, ze doen hun ogen toe en moeten bepaalde dingen doen. En alles wat ze daarin stoppen, wordt ook losgeknipt. Steken ze het er niet in, blijven ze er mee lopen. Ze moeten dus wel meewerken. Ik hoef in principe ook niet te weten wat hun problemen of hun issues zijn. Sommigen vertellen dat wel. Ik zorg er alleen voor dat de emotie losgeknipt wordt van de feiten. Wat gebeurt er achteraf? Dat komt mee in je rugzak. Dat wil niet zeggen dat je dat vergeet. Maar je kan er dan wel over babbelen zonder dat het je terug boos maakt.  Of zonder dat je iets gaat doen wat  je eigenlijk niet wilt zoals naar de drank grijpen, gaan kopen in de winkel of een kind gaan slaan.’

‘SOMMIGE MENSEN ZEGGEN: ‘IK HEB GEEN TRAUMA WANT IK BEN NIET VERKRACHT EN IK BEN NIET VERWAARLOOSD MAAR DAAR GAAT HET HELEMAAL NIET OVER’

‘En het fijne daaraan is, ze moeten geen tien keer komen. Je doet dat één keer en dat is klaar. Op een sessie van anderhalf uur is dat helemaal over. Veel mensen zien ook niet bij zichzelf dat ze trauma’s hebben omdat ze denken ik ben niet verkracht of ik ben niet verwaarloosd. Een trauma kan iets heel kleins zijn wat toch zwaar wordt. Bijvoorbeeld: iemand heeft een hond en die hond krijgt kanker. En die geneest daarvan. Maar het woord kanker wordt een trigger. Elke keer als iemand dan tegen jouw in je verdere jaren gaat spreken over kanker, dan komt dat gevoel terug. Een trauma kan heel klein zijn. Angst voor muizen of voor spinnen: dat zijn allemaal trauma’s.’

‘Er zijn ook boeken die je begeleiden om dat NLP-verhaal zelf te gaan doen. Maar dan is dat op een veel lager tempo en niveau. Iedereen ervaart dat als een zeer positieve, tweede kans in het leven, ongeacht de leeftijd. Je hebt het over nu over William Boeva? Die kleine, ja die ken ik. Die zou ik graag op mijn tafel hebben. Je hebt ook mensen met die dwangstoornis, die poetsziek zijn of zo. Mijn oma ging, als ze het huis verliet, altijd naar haar oven. Ze had nog een gasvuur. Dan draaide ze voortdurend aan de kraan: toe, toe, toe, toe. Ze draaide aan elke knop en zei hardop ‘toe’. Ze bleef ze checken en dubbelchecken. Vervolgens ging ze naar het wc en deed het deksel dicht want stel dat er toch een waterlek is,… En dan ging ze terug naar die oven om hem nog eens dicht te doen terwijl wij buiten in de auto zaten. Ik lachte daarmee want ik was  acht, negen jaar.’

‘Ik zat eens een keertje op het vliegtuig; Een vrouw veegde eerst de zetel af. En dan begon ze aan het tafeltje. Dat behandelde ze met natte doekjes. Ze heeft daar zo’n heel pak van die babytissues doorgedraaid. En dan dacht ik: ik kan die vrouw helpen. Tijdens een tussenstop heb ik er dan even mee kunnen praten. Maar ze was eigenlijk naar Engeland onderweg. Ik heb ze niet kunnen helpen, want ze woonde niet in Spanje. Het klinkt sensationeel maar dat soort mensen kunnen we allemaal wel helpen.’

‘Als ik het in gemiddeldes moet uitdrukken, dan denk ik dat faalangst het meeste voorkomt, gevolgd door  blackouts bij examens: weten dat je het kunt maar toch een nul op tien omdat plots alles weg is. En dan wat nog? Heel veel verdriet om een verlies toch wel, dat men niet kan loslaten. Een ouder die gestorven is, of een zus waar ze een heel goed contact mee hadden. Of een partner. Een man of andersom, een vrouw. Alhoewel, dat mannen daar minder vlug mee naar mij komen. Die zijn stoer. Het zijn meer de gevoelige mannen die dat wel doen. Of homo’s, die wel.’

‘Zelfs kleine kinderen moeten  presteren onder druk. Je moet mooi zijn. Je moet slank zijn. Je moet mooie witte tanden hebben. Je moet mooie krullende haren hebben. Allee, dat ideaal beeld op die gsm’s wordt zo door die strot geramd dat ze hun eigen leven niet meer zo zien. Ik lach altijd met mijn dochter. Ik zeg altijd: ‘Stond dat weer op 14 inch?’ En dan zegt ze: ‘Zeg mama.’ Vroeger hadden wij een telefoon en daar konden wij met bellen. Mijn dochter lacht daar altijd mee. Alles wat op die gsm komt is niet waar, dat is fake. Echte vrienden, die zie je in het echt. Het gaat zelfs zover dat ze in de auto zitten en naar elkaar berichten liggen te sturen. Je gaat op restaurant. Je ziet vier mensen zitten en die sms’en. Wij hebben de regel: als er gegeten wordt, gaan die gsm’s weg.  Wordt er gebeld, jammer.’

‘JONGEREN WORDEN ONDER PRESTATIEDRUK GEZET. ZE MOETEN PRESTEREN OP SCHOOL. MAAR OOK OP DE SPORTSCHOOL OF IN DE VIOOLLES’

‘In gedachten krijg jongeren een fake beeld. En ze worden onder prestatiedruk gezet. En dat is niet alleen op school, want veel speelmomenten na schooltijd hebben ze niet. Ze komen thuis, moeten huiswerk maken, moeten studeren, dus dan wordt het weer druk. En dan moeten ze naar de sportschool. Of naar de viool- of pianoles. Je moet presteren en je moet scoren en je moet zien dat je een goal maakt.’

‘Als ik dat vergelijk met mijn jonge tijd. Ik moest ook huiswerk maken, maar dat was een half uurtje en dan was het vrijspel. En mijn ouders zegden: ‘Als de straatlichten aangaan, de lantaren gaan aan, dan kom je naar binnen, want dan is het tijd voor het eten. Want wij hadden geen klok.  Nu heb je ook nog eens die prestatiedruk van de jongeren zelf. Van, durf je te trekken van een sigaret? Want anders hoorde je niet bij de groep. Of durf je drugs te gebruiken? Want dan ga je dat niet doen.
Dan hoor je niet bij de groep.’

‘In de reclame zie je geen volle jongeren, hè. Maar daar zitten 87 filters op en er zijn… Persoonlijk, ik maak mij daar zorgen over. Omdat ik een trend zie wijzigen binnen de zaak, binnen het salon. Ik denk: wat moet er van mijn dochter haar kinderen komen?’

‘Ik hoop dat er eens een wifi-ontploffing is ofzo, dat het netwerk eens wegvalt en dat we eens terug van nul kunnen starten. Dat we het echte leven terug zien, want dat kennen we niet meer. Want op TikTok, en op Snapchat, en op Instagram, en op LinkedIn, en Twitter, en X, en wat is het allemaal? Ik heb moeten studeren om te kunnen volgen. Ik had Facebook en daar stopte het voor mij. Mijn dochter praat me gewoon onder tafel, want op TikTok is een filmpje en dat zegt dat.. En dan zeg ik: ‘Oh ja, dat moet je zeker geloven.’

‘Echt, de jongeren zijn wereldvreemd. We hadden veel minder dingen maar het  was allemaal veel gezelliger en het ging veel gemakkelijker. Nu hebben ze 300 posten op tv en niemand is content. En dan krijgen ze een bericht op Facebook met ‘Welke serie zijn jullie nu aan het volgen?’

‘Maar ik moet toegeven: de huur, dat is een zware factor binnen mijn coaching. Ik heb het tijdens dit gesprek nog niet gehad over financiële problemen, maar dat hoort er natuurlijk ook bij. Chapeau voor jongeren die nu moeten gaan samenwonen en geen steuntje in de rug krijgen van thuis. Vroeger kochten wij allemaal een huis en wij gingen niet dubbel werken. En vroeger, dat weet jij ook, we komen ook uit een andere generatie, dan werd er gestreden in een relatie om te vechten als die relatie niet goed ging. Nu pakken ze onmiddellijk een andere. Dus ook dat, die vechtlust zit er niet meer in. Ik maak me daar, eerlijk gezegd, wel zorgen over.’

‘IK HELP MENSEN MET BRANDWONDEN. ALS ZIJ IN BEHANDELING ZIJN GEWEEST EN ZE KUNNEN VOOR HET EERST EEN SHORT DRAGEN STAAN DIE HIER TE WENEN’

‘In mijn schoonheidssalon ben ik wel uniek. Ik heb twee jaar geleden een toestel gekocht in Italië. Ik heb daar ook een  opleiding in Firenze voor gevolgd. Dat is een toestel dat littekens en brandwonden weghaalt. Ik ben voorlopig nog altijd de enige in de Benelux die daarmee werkt. Spanje heeft er wel, op de hartafdeling. In Alicante bijvoorbeeld, staan er achttien machines. Daarmee geef ik mensen een level up, vind ik. Dat is zo net iets hoger dan je mooi maken, of je voetjes, of je gezichtje behandelen. Ik krijg mensen over de vloer met brandwonden  op hun been die nooit een short hebben durven dragen. Als de behandeling voorbij is dragen ze dan wel een short en staan ze hier te wenen.’

‘Ik ben met dit toestel naar dokters gegaan, naar chirurgen, naar ziekenhuizen,.. Ik heb allerlei mensen aangeschreven, al het medisch personeel dat opereert. Want die maken een snede, je hebt twee flappen en ze doen het terug toe. Het feit dat ik met een kaartje kom van een schoonheidsinstituut houdt hen blijkbaar tegen. Ik was al heel lang op zoek naar iets dat streamen wegnam. En ik heb zoveel cursussen gevolgd met cupping therapie bijvoorbeeld.’

‘Ik ben in contact gekomen met een Nederlandstalige dokteres die in Italië woont. Ze nodigde me uit om naar ginder te komen. Ze zei ‘ik ga u niet overtuigen, want dat gaat de machine doen.’ En dan dacht ik: dat zal wel zijn. Ik heb opzoekingswerk gedaan en vond daar niks van, behalve in Turkije, in Amerika en in Spanje. Ik ben daar vijf dagen geweest, waarvan vier dagen in opleiding en die machine heeft mij inderdaad overtuigd. Dat toestel herstelt
dode of beschadigde huid. Een litteken zijn twee flappen die tegen elkaar komen. Die huid is heel zwaar beschadigd geweest. Een brandwonde is dode huid. De machine gaat van je goede stukje huid, heel de samenstelling klonen. En die cellen actief zetten in de beschadigde huid. Je lichaam moet dat zelf terug actief maken. En daar staat een soort van aan- en uitknop op. Als men dan in de zon komt, wordt de pigmentatie er ook in gestoken door het UV.’

‘Mensen moet even in de zon of onder de zonnebank, maar dat zeg ik niet graag. Ze moeten die UV hebben gehad, om dat lijntje te doen kleuren, terug naar hun eigen huidskleur zodat dat witte glazige van beschadigde huid eraf gaat. Dat geeft waanzinnige resultaten, maar natuurlijk afhankelijk van de grootte van het litteken, afhankelijk van hoe oud dat is ook wel. Ik heb een vrouw behandeld die 31 jaar geleden haar zoon op de wereld heeft gezet en daardoor heel veel streamen had op haar taille en haar poep. Daar heb ik toch wel 25 beurten op moeten werken om dat weg te krijgen. Maar iemand die bijvoorbeeld een jaar geleden een brandwonde heeft opgelopen daar zijn we minder lang op bezig, want dat is nog een jong litteken.’

‘Wat gebeurt er met mensen met borstkanker? Die worden opengegooid, die borst wordt geamputeerd. Dan ziet de dokter toch dat er nog wat in de weg zit naar de oksel bijvoorbeeld. Dan wordt dat er allemaal uitgehaald en vervolgens vlug dicht gemaakt. Dat wordt niet met de nodige zorg gedaan. Die dokters staan er niet bij stil. Dat zijn geen esthetische chirurgen. Die zeggen: als dat genezen is, kunnen ze naar een esthetische arts.’

‘VROUWEN GERAKEN OP DE OPERATIETAFEL HUN VROUWELIJKHEID KWIJT EN DAN WORDT DAT SCHANDALIG DICHT GERITST. WANT DAT TREKT OP NIKS’

‘Maar die vrouw moet elke dag in die spiegel zien. En ze ziet dat ze haar vrouwelijkheid hebben weggenomen. De vrouwen zitten al tegen een kanker te vechten. Die moeten dan een hoop chemo ondergaan, die verliezen hun haar, die verliezen hun wenkbrauwen, die verliezen hun wimpers, die verliezen alles. Die zijn dan hun vrouwelijkheid kwijt en dat is dan schandalig dicht geritst. Want dat trekt op niks. Op die elitekern zijn wij bezig. Daarom stuur ik mensen door, na mijn behandeling, om zich te laten tatoeëren zodat  er terug een mooie tepel op komt. Maar dat doet iemand anders.’

‘Dat die dan terug een bikini aandoen is natuurlijk een hele stap voor hen. Dat is weer eens een stap die ze moet zetten. Dat is mijn job. Neen, dat is mijn passie. Maar dat maakt mij zo gelukkig, dat ik die mensen blij zie buiten wandelen.’

‘Binnenkort doe ik mee aan een Missverkiezing maar niet zomaar één. In  oktober kreeg ik een mail.  Of ik wou meedoen met de missverkiezing. Ik heb dat heel snel in mijn prullenbak geduwd. Ik dacht: ik ben te oud, ik ben te klein, ik ben te dik, ik ben te rimpelig, Maar ja, dan had mijn dochter dat toch ergens opgevist in mijn prullenbak. Ze had dat  diagonaal doorgelezen. Ze zei: dat moet je doen. Dan ben ik dat toch goed gaan lezen. En ja, het gaat niet over uiterlijk. Je moet een wel beetje verzorgd en mooi zijn.’

‘Het is voor mensen die eigenaar zijn van iets dat met beauty te maken heeft: een nagelstudio, een kapsalon, de schoonheidszorg. Je krijgt opleidingen van echte professionals. Ik heb me dan toch maar ingeschreven en dan ben ik op casting geweest. Ik dacht, dat wordt een leuke dag en dan stopt het. Maar ik was erbij, tot mijn grote verbazing. Ik vond dat al zo’n overwinning eigenlijk. Van de 90 kandidaten bleven er 22 over en daar was ik bij. Dat is één vijfde, dat is toch wel knap, he. De kandidates hebben ondertussen met elkaar kennis gemaakt. We doen ook allerlei activiteiten samen. We gaan binnenkort samen op vakantie naar Turkije. De meesten hebben een schoonheidsinstituut. Er zijn een paar kapsters bij. Er zijn er met een nagelstudio. Ik ben de tweede oudste, met mijn 48. Er is er nog eentje die niet ver hiervandaan  woont, van 55. En de jongste is negentien.’

‘Ze leggen de nadruk op de vakkennis. En dan denk ik dat die jongeren het misschien wat moeten laten afweten. Ik zit al veel langer in het vak. Ik doe dit alles bij elkaar zeventien jaar, dus dat begint al te tellen. De laatste jaren is het mijn hoofdberoep geworden. Plus, ik heb me echt zot geleerd.’

‘Mensen die op mij willen stemmen moeten een sms-je sturen. De stemming loopt tot donderdag 25 april. De 27ste hebben wij onze grote finale. En wordt het kroontje uitgereikt. Ze moeten een sms-je sturen in hoofdletters met MWB, gevolgd door een spatie en 20 naar . 6630. Zo’n sms-je kost één euro per verzonden en ontvangen sms. Je mag onbeperkt sms’en vanuit hetzelfde nummer. Het oordeel van de jury telt voor 40 procent. Dan is er 40 procent van de hoofdpartners. En tenslotte is er tien procent voor een examen over onze vakkennis. Op zich heb ik daar precies niet zo heel veel bang voor. Alhoewel, ik ben een stresskeeper. Dus ik probeer altijd dat perfectionistische op te zoeken. Tenslotte verdeelt men nog tien procent via de voting.’

‘IK WAS ELF EN SPEELDE MET MIJN POPPEN TOEN MIJN MOEDER ZELFMOORD PLEEGDE. VAN DE ENE OP DE ANDERE DAG MOEST IK GAAN STRIJKEN EN KUISEN’

‘Ik ga je tot slot nog wat vertellen. Ik had een spinnenfobie. Mijn man gaat dat nog kunnen bevestigen. Ik plakte heel de deur af met een plakband. Als er een spin in de kamer zat moest iemand die gaan pakken. Want ik kwam daar niet meer binnen tot die spin gevangen,  dood en buiten was. En nu heb ik een collega die schrik heeft van spinnen. En dan belt die mij. Van die fobie heb ik mezelf vanaf geholpen. Zit er nu een spinnetje dan ga ik dat gewoon pakken. Dat was vroeger uitgesloten.’

‘Mijn moeder was ook zo. Ik heb natuurlijk ook dat trauma van ons mama. Mijn mama heeft zelfmoord gepleegd op mijn elfde. Ik heb een heel moeilijke jeugd gehad. Je staat daar met je vader alleen. Je bent elf. Je speelt met poppen en plots moet je gaan strijken en kuisen. Want je moet een huishouden overnemen. Dat is niet evident. Mijn vader is altijd met mij alleen gebleven. Ik denk ook dat hij dat niet heeft kunnen plaatsen. Ik weet het niet. Ik wou heel jong alleen gaan wonen, ik moest weg. Maar eigenlijk miste ik een stuk van mijn  jeugd daardoor. Toen ik 21-22 jaar begon dat precies bij mij enorm de kop op te steken. Ik moest uitgaan ineens, want ik moest een verloren tijd inhalen en ik moest dit en ik moest dat.’

Edwin MARIËN

 

🤞 Abonneer u op onze nieuwsbrief

Ontvang tweemaal per week een overzicht van het nieuws uit uw regio


Aanverwante berichten