Onderzoek UA Wilrijk: ‘Huisartsen schreven minder antibiotica voor tijdens pandemie’


WILRIJK – De COVID-19-pandemie bracht heel wat veranderingen teweeg in de huisartsenpraktijken. Onderzoekers van de Universiteit Antwerpen gingen na welke impact deze veranderingen hadden op de behandeling van de patiënt. Er wordt sinds de start van de coronapandemie minder antibiotica voorgeschreven, maar de vraag naar hulp bij psychische klachten is groter.

De COVID-19-pandemie zorgde voor nooit eerder geziene logistieke en klinische uitdagingen voor huisartsen. Voor het eerst werd de telefonische triage uitgerold, waren consultaties op afstand mogelijk en konden patiënten telefonisch voorschriften opvragen. Op basis van anonieme dossiergegevens van huisartsenwachtposten (via het iCAREdata-project van de Universiteit Antwerpen) gingen dokter Stefan Morreel en collega’s de impact na van de pandemie (en gerelateerde maatregelen) op het voorschrijven van antibiotica.

Stefan Morreel is onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen op Campus Drie Eiken in Wilrijk rond het thema ‘zorg buiten de kantooruren’. Momenteel werkt hij voornamelijk aan de TRIAGE-trial: een onderzoek naar de performantie van verpleegkundigen in de detectie van eerstelijnspatiënten die zich aanmelden op de dienst spoedgevallen. Hij is bovendien huisarts in Borgerhout. Morreel: ‘Corona blijkt een positief effect te hebben op het aantal antibioticavoorschriften. We zagen een duidelijke afname, zo’n 57 procent. Deels kwam dit doordat artsen hun patiënten telefonisch verder hielpen, maar ook tijdens fysieke consultaties werd er zo’n 23 procent minder antibiotica voorgeschreven.

De onderzoekers merkten geen verschil in het aantal voorschriften voor nitrofurantoïne, een antibioticum voor blaasontstekingen. Maar voor amoxicilline, dat vooral bij luchtweginfecties wordt voorgeschreven, was de daling – liefst 65 procent – wél opvallend. Daarenboven was er in de zomer van 2020, toen een aantal maatregelen opgeheven werden, eerst een gedeeltelijke toename van het voorschrijven van antibiotica, maar die werd meteen gevolgd door opnieuw een daling tijdens de tweede golf. Morreel: ‘We kunnen hieruit concluderen dat de maatregelen om de viruscirculatie te verminderen ook een positieve invloed hebben op het antibioticagebruik. Wanneer goede gewoonten – zoals een goede hand- en hoesthygiëne, thuisblijven en het beperken van contacten als je ziek bent –, ingeburgerd blijven, kan dit een duurzaam effect hebben op het antibioticagebruik en bijgevolg ook op de antibioticaresistentie. Op die manier blijven de antibiotica ter beschikking van patiënten die ze echt nodig hebben.’

In een tweede luik gingen de onderzoekers na hoe vaak patiënten nog een dokter van wacht raadplegen. Dat blijkt minder het geval te zijn voor niet-infectieuze klachten. Wel is er sinds COVID-19 een duidelijke toename van het aantal consultaties voor psychische klachten. Morreel: ‘Deze toename was meer uitgesproken voor angstklachten. Tijdens de eerste golf ging het om een verdubbeling, maar ook daarna bleef de vraag naar hulp bij psychische klachten groter dan voor de start van de COVID-19-pandemie. Deze extra consultaties vonden meestal via de telefoon plaats. Ondanks de hogere, administratieve werkdruk in tijden van corona maken huisartsen dus nog steeds tijd vrij voor patiënten met mentale problemen. Het blijft cruciaal daarvoor tijdig de juiste hulp te zoeken.’ (EM / Foto Pxhere)

 


Related post