Na 56 jaar worden metrostations in A’pen, Borgerhout en Deurne gebruikt


ANTWERPEN –  De laatste tunnelkokers van het Antwerpse premetronetwerk evenals de vier onafgewerkte premetrostations zullen eindelijk worden gefinaliseerd. De ontwerpen voor de stations Stuivenberg, Willibrordus, Drink Borgerhout en Morkhoven zijn klaar.

Lydia Peeters (Open Vld), Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken, maakte via de begroting 60 miljoen euro vrij voor de studie en werken. Peeters: ‘De ontwerpopdracht is de eerste stap in het concretiseren van de afwerking en ingebruikname van 2,8 kilometer aan ongebruikte premetrotunnels en vier stations.’ De ontwerpopdracht omhelst alle benodigde conceptuele en technische studies, inclusief omgevingsaanvragen, begeleiding tijdens de aanbesteding en opvolging tijdens de uitvoering. De studieopdracht werd in het najaar van 2020 aanbesteed, en werd gegund aan het Belgisch-Nederlandse multidisciplinaire ontwerpteam AGT (Archipelago/GROUP A/Tractebel). Peeters: ‘Door te investeren in de studie en de afwerking van de ongebruikte premetro kunnen we zowel de publieke ruimte als de verkeersleefbaarheid verbeteren. De opening van dit stuk van de premetro is ook een nieuwe stap naar de realisatie van een modal shift in Antwerpen.’

De tunnels vormen het laatste ongebruikte stuk van het ondergrondse tramnetwerk in Antwerpen. Ze connecteren het evacuatiestation Carnot onder de Carnotstraat met het station Schijnpoort onder de Schijnpoortweg. Ook de vier stations Stuivenberg, Willibrordus, Drink en Morkhoven zijn hierbij betrokken. Op dit traject bevinden zich twee ongebruikte premetrostations: station Willibrordus aan de Kerkstraat, en station Stuivenberg aan de Pothoekstraat. Peeters: ‘De opening van deze premetrotunnels en -stations is bijgevolg zeer belangrijk voor de mobiliteit in Antwerpen.’ Ook voor De Lijn is het openen van deze infrastructuur een prioriteit. Naast de stations Willibrordus en Stuivenberg staat ook de afwerking en ingebruikname van de stations Drink (momenteel in gebruik als nooduitgang) en Morkhoven, beiden onder de Turnhoutsebaan, op de planning.

Het project is het sluitstuk van de premetrowerken die in januari 1970 onder leiding van de Bijzondere Studiedienst Premetro werden aangevat met de bouw van het premetrostation Opera. De eigenlijke ruwbouw van de premetrotunnels en -stations is al jarenlang klaar, maar de afwerking moet nog volledig gebeuren. Eén van de belangrijkste uitdagingen is dan ook om de betonnen constructies uit de jaren ’70 en ’80 te vertalen naar het heden, en er uitnodigende locaties van te maken die sociaal veilig, comfortabel en herkenbaar zijn. Ten laatste in het najaar van 2026 zouden de stations in gebruik worden genomen, 56 jaar na begin van de werken dus.

Elk station krijgt een eigen identiteit. Door middel van buizendaken, open trappen en glazen balustrades wordt maximaal licht naar binnen getrokken. Dit bevordert het gevoel van licht en ruimte, evenals de oriëntatie, comfort en het veiligheidsgevoel van de reizigers. Materialen zoals keramisch tegelwerk, geglazuurde wandelementen, koper en glas worden toegevoegd aan de ruwe constructies om het contrast tussen oud en nieuw te versterken. De toegangen van de stations worden in de stadsomgeving geïntegreerd en er wordt voorzien in kunst. De nieuwe stations moeten bovendien niet enkel comfortabel, gebruiksvriendelijk en functioneel zijn, maar tevens vandalisme- en slijtagebestendig, en goed te onderhouden. (EM / Afbeelding Kabinet Peeters )

 


Related post