• 29/02/2024

Laatste zege van Mathieu voor afreis naar het WK is meteen de moeilijkste

HOOGERHEIDE – Mathieu van der Poel heeft vandaag de laatste manche van de Wereldbeker veldrijden gewonnen in Hoogerheide, een wedstrijd die georganiseerd wordt door (onder meer) zijn vader. Het was meteen de moeilijkste overwinning van allemaal voor zijn afreis naar Tabor waar een wereldtitel de bekroning moet worden van zijn schitterend veldritseizoen.

De start verliep niet vlekkeloos voor Wietse Meeussen uit Beerse, de man die meemag naar het WK omdat Eli Iserbyt het eindklassement van de Wereldbeker heeft gewonnen. Samen met Mees Hendrikx kwam hij ten val. Meeussen kon geen punten meer sprokkelen maar reed de wedstrijd dan maar uit als training. Voorin ontstond een omvangrijke kopgroep – iets wat we in het veldrijden niet gewend zijn – met onder meer Van der Poel. Mathieu reed rustig met de anderen mee en gaf pas na tweederde wedstrijd voor het eerst plankgas. Nys kon echter aanhaken en Mathieu hield de benen stil. Maar met nog twee ronden te gaan viel de wedstrijd dan toch in een beslissende plooi. Bij het ingaan van de laatste ronde had hij een voorsprong van acht seconden, aan het einde van de koers vijf seconden. Het podium kleurde volledig oranje met Joris Nieuwenhuis op twee en Pim Ronhaar (op negen seconden) op drie. Voor Van der Poel was het zijn 100ste zege in een klassementscross. Zijn eerste behaalde hij negen jaar geleden, ook in Hoogerheide.  VDP was de enige renner uit onze provincie die binnen de top tien eindigde vandaag.

Van der Poel: ‘Het was best een moeilijke wedstrijd om het verschil te maken. Ik voelde me niet super, maar uiteindelijk volstond het wel. Het is een moeilijk rondje om de anderen van je af te schudden. Ik ben twee keer op dezelfde plek aan de haal gegaan. De eerste maal heb ik de inspanning misschien niet lang genoeg doorgetrokken om de anderen te kunnen lossen. De tweede keer heb ik dat wel gedaan, na de balken. Tibau Nys hield stand maar dat verraste me niet meteen. Het is een inspanning die hem goed ligt. Hij was vorige week in Benidorm ook in orde dus het is niet dat dit me verbaasde. Ik voel dat ik redelijk snel verzuur door de training die ik nog in de benen had maar dat is alleen maar een goed teken naar volgende week toe. Tijdens de week voor het kampioenschap probeer ik altijd naar die supercompensatie toe te werken. Dit weekend was anders dan vorig jaar toen ik tijdens het weekend voorafgaand aan het WK maar één cross reed. Dan heb je een extra rustdag die ik deze keer niet had.’

‘Ik heb wat teveel getraind om echt fris te zijn. Ik bekijk het echter liever als iets positief, als het teken dat ik goed gewerkt heb. Nu kan ik een beetje rust gebruiken als aanloop naar volgende week toe. Ik heb een hele winter naar die wedstrijd toegeleefd. Op vlak van training moet ik er nu voor zorgen dat ik enerzijds niet te lang train maar anderzijds ook dat ik niet stil val. Of Tabor een parcours is dat me ligt is een open vraag. Zoals het er nu naar uitziet zal het een snelle omloop zijn maar het blijft nog steeds een lastige opdracht. Wanneer ik mag kiezen dan had ik liever een moddercross gezien maar dat zal het ook niet worden.’

‘De winter is weer heel snel voorbij gegaan. Het is volgende week alweer de laatste wedstrijd van mijn crossseizoen. En nadien is er wel even tijd om te rusten en op te bouwen naar het wegseizoen. Ik geniet nog steeds van de cross. Ik heb boven verwachting gereden deze winter. Ik hoop die volgende week op een mooie manier af te sluiten. De wedstrijd die je voor het WK rijdt is niet meteen een referentie voor dat WK. Dat zeg ik elk jaar. De week voordien heb ik al goed gereden maar ik heb ook al slecht geacteerd. Mijn overwinning betekent niet dat ik volgende week opnieuw goede benen zal hebben. Het kan altijd mislopen uiteraard maar als dat gebeurt dan kan ik zeker niet over een geslaagde winter spreken. Wanneer ik mijn ding correct gedaan heb dan ziet het er goed uit. Ik heb wel geprobeerd om het allerbeste van mezelf voor in Tabor te houden maar dat doet iedereen die daar aan de start verschijnt. ’

‘De sterkte van een ploeg in de cross is sowieso minder belangrijk dan op de weg. Het is de renner die het zelf moet doen. Het feit dat hier drie Nederlanders op het podium staan zegt dus niks. Ik kan maar op één ding rekenen en dat zijn mijn eigen benen. Er zijn een paar renners die al bewezen hebben dat ze in orde zijn. Dan denk ik in eerste instantie aan Michael Vanthourenhout en aan Tibau Nys.’

Edwin MARIËN

🤞 Abonneer u op onze nieuwsbrief

Ontvang tweemaal per week een overzicht van het nieuws uit uw regio


Aanverwante berichten