Katelijn Van Oosterwijck stapt 431 km door Engeland tvv Parkinson-onderzoek


KONTICH – In België leven 20 000 mensen met de ziekte van Parkinson. Luk Van Oosterwijck is één van hen. Om hen en zijn lotgenoten te steunen gaat zijn dochter Katelijn, drie weken lang de volledige Pennine Way, over bergen en door dalen, afstappen. Ze vertrekt op vrijdag 15 mei en hoopt toe te komen op zondag 5 juni.

Katelijn: ‘Ik wou al een paar jaar een grote wandeltocht maken. Mijn oog is dan gevallen op de Pennine Way, één van de oudste en zwaarste National Trails die loopt van het Midden van Engeland naar het Noorden van het Verenigd Koninkrijk, 431 kilometer lang met een gecumuleerd hoogteverschil van 9 750 meter, meer dan de Mount Everest, goed voor meer dan 500 000 stappen. Ik heb Move for Parkinson aangeschreven. Eén van de belangrijkste dingen die patienten moeten doen is blijven bewegen, wat echt niet evident is. Mijn papa en de andere patiënten moeten elke dag bergen verzetten. Dat doe ik nu, al is het ‘maar’ voor drie weken. Move for Parkinson werkt samen met UZA Edegem en de behandelende arts van mijn papa, professsor dokter Patrick Cras – tevens hoogleraar translationele wetenschappen aan UAntwerpen Campus Drie Eiken Wilrijk. Op maandag 11 april – Wereld Parkinsondag – wordt op www.uza.be/uza-foundation mijn  actie aangekondigd onder de rubriek ‘neurologie’. Mensen kunnen er mijn reis volgen en financieel steunen. Alle centen gaan integraal naar onderzoek naar Parkinson in het UZA.’

‘Uiteindelijk kent iedereen wel iemand die de ziekte heeft. Mijn hoofddoel is de ziekte bespreekbaar te maken, mensen laten nadenken over Parkinson of andere neurologische ziekten. Je herkent een Parkinson-patiënt vaak omdat hij of zij moeite heeft om te bewegen maar dikwijls blijft alles lang onder de radar. Dat is anders dan iemand die in een rolstoel zit bijvoorbeeld.’

‘Het gekke aan een neurologische ziekte is dat je daar soms 20-30 jaar kleine symptomen van hebt zonder dat je het beseft. Pas later komt de diagnose Parkinson. Bij mijn papa (bijna 66) werd dat een tiental jaar geleden vastgesteld. Meestal gebeurt het tussen het 40ste en 50ste levensjaar. Er zijn wel geneesmiddelen die de symptomen kunnen behandelen maar de ziekte tegenhouden lukt nog niet. Mijn vader is nog steeds een hele actieve man. Jarenlang is hij technicus geweest. De ene Parkinson-patiënt heeft last met beven, bij de andere heeft het eerder een impact op het mentale.’

‘Mijn papa en ik zijn geboren in Duffel maar we wonen al een leven lang in Kontich. Ik ben 33 en altijd redelijk avontuurlijk aangelegd geweest. Op mijn zeventiende heb ik twee maanden lang alleen door Nieuw-Zeeland gereisd. Mijn ouders wisten dat ze me niet konden tegen houden. Dit is de volgende uitdaging. Ik heb ook al meerdere jobs gehad, onder meer zes jaar voor defensie gewerkt en nu bij de Vlaamse Overheid. Ik ga graag nieuwe uitdagingen aan.’

‘Je kan Pennine Way met je tent aanvatten of je kan – zoals ik – vooraf je locaties waar je wil slapen boeken. Mijn grote rugzak laat ik telkens doorsturen, zodat ik maximaal zeven-acht kilogram per dag moet meesleuren. Voor de rest vertrouw ik op de app op mijn telefoon die de route aangeeft. Gemiddeld zal ik 21 kilometer per dag afleggen. Het wordt een uitdaging want ikzelf heb ook nog twee ‘kapotte’ knieën. Aan één ben ik geopereerd. Het belangrijkste voor mij is dat ik het kan uitwandelen. Ik weet goed genoeg dat ik zal doorbijten. Dat is trouwens de uitdaging waarvoor mensen met een chronische ziekte elke dag staan.’

Edwin MARIËN

 


Aanverwante berichten